Dieperik - Naar de kelder >> Brieven >> Maus
Leiden, xiii aug. '95
Ik zit weer op mijn vertrouwde draaikruk achter de pc, met mijn vertrouwde muziek, met een glas vertrouwde - zure - citroenlimonade naast de asbak op mijn bureau. Slechts vier dagen ben ik weggeweest en dat lijkt zowel lang als kort. Lang omdat de vertrouwde dingen zo prettig aanvoelen, comfortabel, maar ook kort omdat er in vier dagen niet zoveel is gebeurd.

Dat ik aan mijn vertrouwde dingen gehecht ben, heeft niet zozeer met de omgeving te maken, maar met de vaste patronen, met mijn ritme. Ik ben niet gehecht aan Leiden of aan mijn woonadres of kamer, maar aan mijn muziek, boeken en pc. Ik zou tot het einde der dagen kunnen rondtrekken, als ik die vaste patronen kon behouden. Muziek om af te draaien tijdens het schrijven en de boeken om het schrijven met lezen af te wisselen.

Hoe gaat het nu met jou? Heeft de rust die jij je had voorgenomen geleid tot bezinning? En biedt die bezinning uitkomst, heb je - kortom - een te volgen strategie bepaald?

'De liefde kent de tijd te goed; uren sterven als tantes op zondag.' ... in de Dapperstraat (cd).

Ik zou je bemoedigend willen toespreken, maar het ontbreekt me aan wijze woorden. Daarnaast vergen wijze woorden een goede timing, ook daarin ben ik geen kampioen. Alleen één van mijn fysieke kenmerken kan ik je ter beschikking stellen: ik heb grote oren. Als je goed kijkt, ben ik één en al oor. Als je wilt, mag je daar gebruik van maken.

Leiden, xiv aug. '95

Mijn wandeldiskette is zoek; de diskette waarop ik de dokumenten vervoer naar mijn werk, om te laserprinten. Zodoende lag deze brief nog niet vandaag bij jou in de brievenbus. Gelegenheid om langs te komen had ik ook al niet. Vanwege ons lange weekend in Arnhem moest er achterstallige was worden gedraaid, extra boodschappen gedaan en te kort geschoten schrijftijd ingehaald.

Zojuist werden we gebeld door Mark. Zag de kanker van Karin er vlak na de operatie niet al te ernstig uit, na microscopisch onderzoek bleek iets heel anders. Op de schaal van 1 tot 4 - waarbij 1 de minst kwaadaardige vorm is - scoort haar type kanker een 3. De behandelend arts is in staat om een termijn te noemen, maar Mark en Karin willen er niets van weten. Mark sprak van grote getallen, waar hij niets mee kon. In de orde van: in soortgelijke gevallen is 99% van de patiënten na een jaar overleden. Ik kan me goed voorstellen dat je daarna niet verder informeert, uit angst om door het noemen van een termijn apathisch te worden van angst. Liever blijft zij haar gewone gang gaan, met uitzondering van haar werk. Zij heeft besloten om niet meer te werken.

Ik ben bevangen door de behoefte te tikken, over zomaar onderwerpjes, om het even wat. Maar er komt niets. Waar kun je het ook over hebben, na zulk verpletterend nieuws? Wat al een niemandallig onderwerp is, wordt na zo'n bericht onbezonnen en onkies. Beter is het om er het zwijgen toe te doen, want wat voor een andere repliek is er na zoiets nog mogelijk dan stilte?

Leiden, xv aug. '95

Het is al bijna bedtijd, maar door dit huis waart nog het 'arbeid adelt' spook. E. ligt op de bank ijverig slijm op te hoesten, J. tikt een sollicitatiebrief en ik ram een kattebelletje aan jou op de harde schijf. Allemaal snelsnel, want ik heb nog meer te doen. Na nutteloze weken is nu de tijd aangebroken om het harde werken - in mijn vrije tijd - weer op te pakken. Zodoende ben ik vanavond huishoudelijk geweest, heb ik mijn tabla-aantekeningen bijgewerkt, tabla gespeeld, J.'s sollicitatiebrief geredigeerd en herschreven.

Voordat ik ga slapen wil ik het verhaal uit Tijgerhart, waarin ik gisterenavond begonnen ben, uitlezen. Zo'n rijtje bezigheden klinkt dwangmatig en vermoeiend, maar ik ben er tevreden over en voel me er goed bij. Beter dan na een avond verlummeld te hebben met het spelen van DOOM en hangen voor de televisie.

De verleiding om DOOM te spelen is er niet meer; ik heb het ten einde gebracht en het is niet zo dat ik het steeds sneller en beter wil spelen. De verleiding wordt gevoed door mijn nieuwsgierigheid naar de onbekende doolhoven en de grafische kunstwerkjes; het schieten op de monsters die mijn pad kruisen is slechts een bijkomend genoegen. Het struikelen over monsters gaat soms gepaard met fysieke schrikreacties: mijn adem stokt me in de keel, ik spring uit mijn bureaustoel op om de vuurballen of houwende klauwen te ontwijken, mijn hart bonkt met diepe slagen op mijn maag. Kortom, spannend en toch veilig. Heel anders dan de werkelijkheid, die over het algemeen saai is, maar toch gevaarlijk kan zijn.

Ik ga Het Zout van het Bos uitlezen.