Dieperik - Naar de kelder >> Brieven >> Vietnamese Brieven
Hanoi, x mei '95
De laatste week van mijn verblijf in Vietnam is aangebroken. In plaats van verder landinwaarts te trekken ben ik naar Hanoi teruggekeerd. De kwaliteit van de wegen in het binnenland maakt het reizen per bus onbetrouwbaar. De bussen rijden onregelmatig en de reisduur staat niet vantevoren vast. Voor een kort bezoek aan, bijvoorbeeld, Dien Bien Phu zou ik dagenlang onderweg zijn. De weg van Dien Bien Phu naar Hanoi neemt evenveel dagen in beslag. Het risico dat ik mijn vliegtuig zou missen was te groot.

Ook wilde ik op een ontspannen manier tijd in Hanoi doorbrengen zonder dat daar, zoals bij mijn eerdere bestemmingen, een vermoeiende reis aan vooraf ging. En heimelijk hoopte ik op het GPO-Hanoi brieven te vinden, ten teken dat mijn afwezigheid in Nederland niet tot gevolg had dat ik in de vergetelheid was geraakt.

Mijn hotel ligt op een steenworp afstand van het Hoan Kiem meer. Tenminste een keer per dag wandel ik rond het meer. De verkopertjes van plattegronden en briefkaarten die hier opereren kennen mij inmiddels, wat niet wegneemt dat ik hen zonder verkooppogingen kan passeren. Kameraadschappelijk wisselen wij wat woorden uit en spelen dan het spel van 'Mooie kaarten, cheap!' en 'Heb ik al en ik ga terug naar Hà Lan'. Een enkeling bietst een sigaret, voor eigen gebruik of om door te verkopen. Daarna lopen zij nog tien passen met mij mee, om plotseling te blijven staan en om hun as te draaien. Zij zijn alweer op zoek naar een andere buitenlander.

Aan de boulevard langs het meer hebben fotografen hun openlucht studio's opgesteld. Geplastificeerde foto's op een bord laten zien waartoe zij in staat zijn. De foto's zijn geslaagde David Hamilton imitaties. Knappe Aziatische portretten, ontdaan van de wazige partijen die de gekunstelde kitsch benadrukken.

De wandelpaden rond het meer vormen een ontmoetingsplaats voor jong en oud. Er wordt gewandeld en achterom gekeken, stelletjes fluisteren met elkaar op de banken aan het water, er worden kleine hapjes verkocht en clandestiene borrels geschonken.

Aan de noordwest kant van het meer ligt een drinklokaal waar alleen bia hoi geschonken wordt. Op een lange tafel bij de ingang staan de borrelhapjes uitgestald. Gestoomde paté, in blad verpakte vleespasteitjes, gegrilde kippenklauwen, gekookte varkensdarmen en gefrituurde zangvogels. De serveersters lopen af en aan met volle dienbladen. Het is er altijd druk en de sfeer evenaart een Oktoberfest van een goed jaar. Door de luidruchtige gezelligheid is het bijna onmogelijk om de serveersters te verstaan, maar het opsteken van een aantal vingers biedt uitkomst.

Het lokaal heeft ook buitenlandse stamgasten. Het zijn Engelsen. De een woont in Hanoi en de ander vermaakt zich enkele dagen in de stad, voordat hij naar een andere Aziatische bestemming doorreist.

Miles woont al een paar maanden in Hanoi. Samen met zijn vriendin huurt hij een woning in een buitenwijk. Zij voorzien in hun onderhoud door enkele uren per dag Engelse les te geven. Iedere Vietnamees die het zich kan veroorloven neemt les. Hun leerlingen variëren van student tot zakenman. Vooral voor de lessen spreekvaardigheid bestaat een grote belangstelling. Lokaal wordt alles gekopieerd wat er op het gebied van boeken voor handen is. Leerboeken zijn relatief goedkoop en gemakkelijk verkrijgbaar. Door zelfstudie kan iedereen zich de grammatica eigen maken en een ruime woordenschat opbouwen, maar zodra het op uitspraak aan komt, wordt het Engels onbegrijpelijk. 

Vreemd is dat niet, want omgekeerd stuit ik ook op de bijna onneembare barrière die tussen de toontaal en klanktaal ligt. Het leren van elkaars talen vergt training van een nieuw gebruik van de keel, tong, wangen en lippen. Nog steeds leer ik nieuwe woorden. Ik lees ze en begrijp, maar zodra ik de verworven woorden uitspreek, word ik niet begrepen en moet ik mijn aantekeningenboekje er bij halen om het woord te laten lezen.

Andrew werkt in de omgeving van Hué, waar hij archeologische opgravingen digitaal in kaart brengt. Zes jaar geleden heeft hij Engeland verlaten, omdat hij zich niet in 'het systeem' kon vinden. Sindsdien trekt hij door Azië. Tussendoor heeft hij in Australië gewerkt, maar hij keerde alweer snel terug naar Azië. Nu is hij onderweg naar Bangkok, waar hij twee weken vakantie gaat doorbrengen. Voor zijn vertrek brengt hij enkele dagen in Hanoi door. Iedere middag legt hij een kaartje met Miles. Van kaarten komt niet veel terecht. De ontmoetingen komen voornamelijk neer op bier drinken en sterke verhalen uitwisselen.

Op het GPO-Hanoi vind ik tussen de stapels poste restante een brief die aan mij is geadresseerd. Het is een brief van Mike. Na weken analfabetisme kan ik eindelijk iets lezen en daarmee is de eerste stap in de richting van Nederland gezet.


Ho Chi Minh-stad, 2 mei 1995

Beste Dieperik,

Sinds wij elkaar gesproken hebben, is er nogal wat veranderd in mijn leven. Alleen maar ten goede, ik kan niet anders zeggen.

De dag na ons gesprek had ik een stevige kater, maar omdat ik alles eens op een rijtje wilde zetten heb ik een aspirientje ingenomen. Gevoelsmatig had ik tijdens ons gesprek al een besluit genomen, maar ik wilde ook nuchter nog eens over het een en ander nadenken. De uitkomst is dat er niets aan mijn besluit verandert. 's Avonds heb ik Phuong ten huwelijk gevraagd. Niet meteen voor de dag erna, maar op termijn, over ergens tussen de twee en vier jaar. Zij heeft mijn aanzoek geaccepteerd. Dat ik nog 'even' wilde wachten vond zij geen enkel bezwaar.

Zoals je weet, zou ik voor drie weken naar de Mekong-delta gaan. Ik ben niet verder gekomen dan Can Tho. Het ontbrak mij aan de energie en motivatie om verder te gaan. Ik heb zitten piekeren en gesproken met een Australiër die ik eerder al eens ontmoet had. Zo kwam ik erachter wat ik werkelijk wilde.
Samengevat is het allemaal heel simpel. Ik wil zo snel mogelijk met Phuong trouwen! Verder zie ik ervan af om mij in Vietnam te vestigen. Het klimaat staat mij tegen, het is hier op de lange duur echt te heet. En nooit is er eens rust, altijd maar die herrie van verkeer en mensen. Aan het gebrek aan vrijheid zal ik ook nooit kunnen wennen.
Ik zat pas vijf dagen in Can Tho, maar ik was zo nieuwsgierig naar Phuong's reactie, dat ik hals over kop naar Ho Chi Minh-stad ben teruggegaan.

Zoals ik al verwachtte, wilde zij net als ik zo snel mogelijk trouwen. Wèl heeft zij moeite met mijn besluit om niet in Vietnam te blijven. Al eerder heeft zij eens gezegd, dat zij hier niet weg wilde, omdat zij er moeite mee heeft om haar moeder in de steek te laten. Hoewel ik haar ogen al het antwoord las, was zij zo verstandig om een paar dagen bedenktijd te vragen. Drie dagen later kreeg ik het antwoord: zij wil met mij trouwen en gaat met mij mee naar Nederland.

Totdat de hele papierwinkel in orde is, wil Phuong ons huwelijk voor haar familie en bekenden geheim houden. Alleen haar moeder is van onze plannen op de hoogte. Inmiddels ben ik druk bezig om tussen het kastje en de muur op en neer te fietsen. Langzaam maar zeker vordert het proces en ik moet zeggen, het is bijzonder boeiend om het allemaal zelf uit te zoeken. Ik kan ook een bureau inschakelen, maar aangezien er geen complicaties zijn, is dat niet echt nodig. Bovendien bespaart het mij sloten geld.

Volgens mijn voorzichtige planning zijn wij begin september klaar met de aanvraag. Zodra de papieren in orde zijn prikken wij een datum voor het huwelijk. Dat zal niet eerder dan in november zijn, vermoed ik.

Zo heeft een toevallige ontmoeting grote gevolgen, waarvoor ik je nog hartelijk wil bedanken. Ik zou het dan ook op prijs stellen als je mijn getuige wilt zijn, maar ik heb er alle begrip voor als je de reis een te grote barrière vindt. Tenslotte moet je er de tijd voor hebben, en de financiën.

Je hoort nog van mij ...

Mike