Dieperik - Naar de kelder >> Dagboeken >> Dagboek der Ontluistering
December '92
Leiden, vii dec. '92

Mijn gedachten bonken achter mijn voorhoofdsholte, maar waarover zij handelen, weet ik niet. Ik heb het gevoel dat op dit moment mijn ogen een paar centimeter verder uit elkaar staan, en op mijn voorhoofd prijkt een bochel. Deze is zo zwaar dat mijn hoofd ervan voorover zakt. Het bot naast mijn neus klopt pijnlijk en het vlees erover is gezwollen. Uit mijn rauwe keel stroomt een stinkende adem. Ik ben snipverkouden.

Het Sinterklaasfeest is voorbij. De goedheiligman bracht mij Jeroen Brouwers' boek Zonsopgangen boven Zee. Reeds in mijn bezit, helaas speculaas, Sinterklaas! Maar niet getreurd, met het boek kreeg ik ook de kassabon, waarmee ik het boek ruilen kan tegen een ander.

Op mijn verlanglijstje staat: De Bierkaai (Kladboek II), Het Vliegenboek en Kroniek van een Karakter, allen geschreven door Jeroen Brouwers. In mijn directe omgeving gaan er stemmen op, dat mijn belangstelling voor deze schrijver wel wat ver gaat, - en in mijn schrijven wil ik toch geen kopie van Jeroen Brouwers zijn?

Neen, ik wil zijn gehele oeuvre lezen, omdat zijn schrijfstijl en zijn onderwerpen me bevallen. Als geen schrijver tevoren houdt hij mijn aandacht vast; of zoals slechts ooit één tevoren dat deed: Bruce Chatwin met In Patagonië.

Leiden, viii dec. '92

Eerder vermoedde ik, dat het boek De Bierkaai nogal duur zou zijn. Ik vond een tweedehands exemplaar bij het De Slegte filiaal op de Breestraat, voor de prijs van 22,80 gulden. Daardoor dacht ik, dat een nieuw exemplaar duurder uit zou vallen. Toen ik bij Kooyker informeerde naar de prijs van het genoemde boek, bleek deze slechts 19 gulden te bedragen. Uitgeverij: De Arbeiderspers, - misschien is dit een nieuwe (goedkope) uitgave?

Enfin, De Bierkaai was niet voor handen, maar nog wel te bestellen. In ruime getale voorradig was het boek Kroniek van een Karakter. De verleiding was groot, als een weerloos slachtoffer liet ik me naar de toonbank voeren. Na aftrek van het te ruilen boek bleef er tenslotte nog slechts een luttele ƒ 24,90 te betalen over.

Ik koop niet snel een boek dat rond de vijftig gulden kost. Niet omdat ik vind dat maar weinig boeken die prijs waard zijn, maar omdat ik het me niet veroorloven kan. Dat ik niet de voltallige Paustovkij-reeks - in de Privé-domein uitgave van de Arbeiderspers - in mijn boekendoos heb liggen, vindt zijn oorzaak in de prijs van deze boeken. Alle rond de vijftig gulden.

Gisteren ging ik over de schreef. Ik kocht Kroniek van een Karakter en bestelde De Bierkaai. Ach en wee, klaagde mijn portemonnee. Ik heb gelezen in het gisteren aangeschafte boek: het is zijn prijs dubbel en dwars waard.

Dankzij het stomen met kokend water en kamille neemt mijn verkoudheid merkbaar af. Het snot stroomt rijkelijk, waardoor ik weer vrij kan ademen. De ene rol toiletpapier na het andere snuit ik vol, dat me telkens een kwartier adempauze oplevert.

Ik moet mijn moeder bellen, over haar verhuizing van het aanstaande weekend en mijn aangeboden hulp daarbij. Het wordt een zware, ongezellige klus: Patrick zal niet van de partij zijn.

Hij moet hard studeren voor een tentamen, dat hij medio januari moet afleggen. Door niets laat hij zich daarvan afleiden - de hoogstnodige boodschappen doet hij op de donderdagavonden. Om andere redenen gaat hij zijn huis niet uit. Datzelfde geldt voor Xandra. Volgens Patrick had mijn moeder hem verteld dat zij zijn hulp ook niet nodig heeft. Zij had al genoeg hulp aangeboden gekregen. Ik hoop maar dat J. wel zin heeft om zaterdag mee te helpen, anders zal ik me maar vervelen, met al die vreemden. Ik heb er toch al niet zoveel zin in, rondsjouwen met zware meubelen, het ene huis uit, het andere huis in. Ik kan mij leukere klussen voorstellen. Liever nog werk ik een scriptie voor haar uit, of schrijf ik een sollicitatiebrief voor haar. 

Het landschap om mijn flat is verstild: er staat geen zuchtje wind en de contouren van de huizen en bomen zijn vervaagd door een dikke mist. Grijs licht valt mijn kamer binnen. Moedeloos decemberweer. Alles staat stil. Ik zit achter het venster en wacht af. In stilte wacht ik: op het uitprinten van mijn manuscript; op een bericht van Lia de Koning, over wanneer ik door het museum De Lakenhal voor een gesprek uitgenodigd zal worden; op een bevestiging van De Lift waarmee zij te kennen geven dat mijn aan hen opgestuurde verhaaltje geplaatst zal worden; op... van alles.

Maar ik verneem niets, dat mij hoopvol stemmen kan. Nog meer geduld moet ik uitoefenen.

Leiden, ix dec. '92

Nog niets heb ik ondernomen om mijzelf duidelijkheid te verschaffen omtrent de verhuizing van mijn moeder. Ik stel het telefoneren telkens uit - of neem het me voor - om het vervolgens helemaal te vergeten.

'Ich hab' keine Lust zum gar nichts!', Nina Hagen.

Ik heb geen zin om te bellen, nergens heb ik zin in. Alleen wil ik lezen en schrijven, en af en toe wat voor me uit staren. Is het mijn verkoudheid, die me zo apathisch maakt? - of is het de donkere decembermaand?

Met de antigedichten schiet het niet erg op. De laatste schreef ik bijna een maand geleden, toen ik in een agressieve stemming was. Ik was teleurgesteld in het dagelijkse bestaan, dat zo eindeloos saai is, en weinig creatief. Nooit gebeuren er spannende, boeiende, enthousiast makende, inspiratie opleverende dingen. Alle actie moet vanuit mijzelf komen, ik moet de inspiratie maar telkens ophoesten, of ik er de energie voor heb, of niet. Het maakt me moedeloos en het ontneemt me de wil om leuke dingen voor anderen te doen. Als zij mij nooit ergens mee verrassen, nou dan kunnen zij het voortaan van mijn kant ook wel vergeten. Niets doe ik meer. Ik houd alle energie voor mijzelf.

Deze kwaadheid is terug te vinden in mijn Antigedicht II.

Antigedicht II

Over sentimenten wordt veel geluld en geschreven, door zwakken van hart, alcoholisten en zenuwzieken. Hun vuilnis stortten zij uit over de oren van beleefde luisteraar, zonder de antwoorden af te wachten van hun gezelschap. Alleen met het eigen leed begaan.

De geduldige torst het zware lot van nimmer gehoord te worden. Nooit krijgt hij de kans zijn wensen uit te spreken, beleefd luistert hij. Stelt beleefde vragen om het verhaal voortgang te verlenen - hij maakt een pas op de plaats - vertelt u maar! Ik heb de tijd, niet hoeft u te informeren naar mijn wel en wee. En al zou ik u daarvan op de hoogte stellen, u zou zich daarvoor niet interesseren. Teveel immers, bent u met uw eigen lot begaan.

Dood wens ik u, zodat ik niet langer lijdzaam hoef te luisteren naar uw gezever.
Uw bek zou ik willen opensperren, om u de stembanden uit te rukken! - hiervoor bedien ik mij van koevoet en nagelschaar. Twee korte knipjes en het is met uw overbodig geluid gedaan. U zou verstomd staan bij het zien, wat ik met een nagelschaar verrichten kan.

Het bloed dat u uit de mond stroomt, vang ik op. Ik hef het glas en spreek een heildronk uit. Op de stilte! - die u uit de keel zucht. Proost! - mijn vijand, dat uw zwakke hart het snel begeven mag, zodat zelfs uw hartslag niet langer mijn trommelvliezen teistert. Daarna mag u op uw lauweren rusten.

Stijf en koud leg ik u af. Prop watten in uw lichaamsopeningen, zodat geen scheet u meer ontsnappen kan, die mijn rust verstoren zou. Uw huid stroop ik af en span deze over de dodentrommel: ik draag hem in de optocht mee, die uw ter aarde bestelling begeleidt. Maar daarbij hangen mijn armen langszij, de stokken hangen nutteloos in mijn gebalde vuisten; - met stille trom gaat u heen.

Het laatste geluid dat uwenthalve klinken zal, is het geroffel op uw deksel, van neergekwakte aarde op de kist, er is niemand die u mist, en ik het minst van allen. Ik dek u af met aarde, opdat ik het u weldra in de buik gistend ingewand, niet horen zal.


Mijn moeder belde me. Tevoren had ik haar al enige keren gebeld, maar de hoorn gaf telkens het 'in gesprek' signaal. 

Vrijdag begint de verhuizing van de kleinere zaken - verpakt in dozen - en haar planten. Zaterdag volgen de grote meubelstukken, het gasfornuis en de elektrische toestellen, zoals de wasmachine, de centrifuge en televisie. Van het feit, dat Patrick's hulp bij de verhuizing niet nodig was, bleek mijn moeder niet op de hoogte te zijn. Integendeel!, zij verwachtte als vanzelfsprekend dat hij haar helpen zou. Het misverstand ontstond volgens mijn moeder als volgt:

'Hoe gaat het nou met de verhuizing?'
'Nou goed, ik heb voldoende hulp!'
'Zo, dat is mooi ...'

Verder niets. Zij zal Patrick nog bellen om hem duidelijk te maken dat zij wel degelijk op zijn hulp rekent. Dat zal hem nog tegenvallen. Die dacht er zo licht af te komen.

'An eye for an eye, a tooth for a tooth ... and any way, I told the truth, and I am not afraid to die!', Nick Cave.

Leiden, x dec. '92

Ik moet de ramen zemen, daarna stofzuigen en de vloer van mijn keuken en de gang dweilen. Al wekenlang heb ik het voor me uit geschoven. Op het tapijt is de vervuiling onzichtbaar, maar op de keukenvloer en in de gang liggen bolletjes samengeklitte stof. Toch is de verloedering nauwelijks zichtbaar, voor de rest is mijn flat netjes.

Geen zich optastende afwas, of rondslingerende kranten, onafgehandelde administratieve rompslomp, zich ophopende vuile was: de wanhoop is onder het kleed geveegd. Eén dezer dagen zal ik er aan moeten geloven; dan ga ik zemen, dweilen en stofzuigen, maar vandaag nog niet.

Het boek Kroniek van een Karakter is een revelatie bestaande uit een verzameling brieven - van Jeroen Brouwers aan diverse schrijfcollegae - die een periode beslaat van tien jaar. Het geeft een helder beeld van het ontstaans- en schrijfproces van zijn diverse artikelen en boeken.

En van zijn twijfels. De titel van het boek dekt de lading, het brengt de persoon achter de schrijver in beeld. Kortom, smullen! - en het is zeer bemoedigend om te lezen dat zelfs een gerenommeerd schrijver gebukt gaat onder zijn twijfels over zijn schrijfvermogen.

Ikzelf twijfel voort, werk en schrijf naar beste vermogen, opdat het ooit iets worden zal, met mijn geschrijf.

In de lunchpauze van J. hebben we samen met Jan koffie gedronken in galerie Fenix. Ik was afwezig en rillerig. Tevoren had ik al in ruime mate koffie gedronken, en mijn verkoudheid ontnam me alle adem.

Bij thuiskomst heb ik het nieuwsgedeelte van De Lift november/december doorgenomen. Ik was op zoek naar schrijfwedstrijd aankondigingen, maar trof geen enkele literaire uitdaging aan. Bomvol stond het met poëzie-schrijfwedstrijden, maar daaraan hecht ik geen enkele waarde.

Mijn vader belde:

'Met Dieperik...'
'Met Jan... wanneer vindt nou eigenlijk die verhuizing van je moeder plaats?'
'Morgen en overmorgen!'
'Oh, ik vroeg het eigenlijk in verband met Johan. Ik vroeg me af of hij dit weekend nog naar Utrecht kwam, maar dat zal dan wel niet, hè?'
'Nee dat denk ik niet. Hij heeft speciaal vrijaf van school genomen om te helpen met verhuizen. Morgen gaan we de kleine spullen inpakken en met de personenauto van ma verhuizen, - zaterdag huren we een bus voor de grote spullen.'
'Oh! ... ik ben net bij Van Dam weg. Ja, joh, dat gekke wijf, zij zat maar de hele avond televisie te kijken en met haar enge dunne lippen op elkaar geperst te breien. En zij verwachtte van mij dat ik maar thuis bleef.'
'Heb je al onderdak?'
'Ja joh, twee kamertjes bij twee gasten van 'De Stichting', die wonen begeleid zelfstandig, als een stelletje. Daar kan ik voorlopig wel terecht.'
'Nou, dat is mooi. Maar je wilt toch ook wel iets zelfstandigs, voor jezelf?'
'Ja, dat komt binnenkort wel. Ik sta als urgent bij de gemeente ingeschreven. Afwachten maar hè.'

Leiden, xiii dec. '92

De verhuizing is achter de rug. Wanneer mijn moeder en ik spraken over haar verhuizing, en ik vroeg of zij al aan het inpakken was, antwoordde zij steevast: 'Ja hoor, ik ben druk bezig!'

Toen ik vrijdag het huis aan de Palfreniersweg binnenliep, kon ik aan niets ontdekken dat de inboedel moest worden verhuisd. Alles stond nog op zijn plaats. Na twee mokken sterke koffie klommen Johan en ik de zolder op, om het inpakken systematisch - kamer voor kamer naar beneden toe werkend - aan te pakken. De zolder bleek vol te staan met in onbruik geraakte rommel. Zo werden jaargangen tijdschriften ingepakt, terwijl niemand ze ooit nog inkijkt.

Kapotte knijpers, houten speelgoed, een sjoelbak, een binnenhelm, koperen theepotten, lappen stof, tot posterformaat opgeblazen foto's van Johan als kind, tentstokken, doorgezakte rieten stoelen, kussentjes, uit elkaar vallende boeken, lampen, spotjes, meters elektriciteitsdraad, blikken met afgestempelde postzegels en niet te duiden troep; alles moest mee.

Aan het einde van de dag was ik niet verder gekomen dan de studeerkamer op de eerste verdieping. 

Leiden, xxiii dec. '92

Al twaalf dagen niets geschreven, daarvan word ik zeer nerveus. Help! De dagen verdwijnen zonder dat ik ze verslagen heb. Weldra liggen zij nog verder achter me en vergeet ik de gebeurtenissen. Ongeschreven bestaat niet.

J. heeft vakantie opgenomen, dat wil zeggen: zij maakt de haar resterende vrije dagen op. De vrije dagen heeft zij bijeen gesprokkeld met overwerken, maar zij mogen niet worden meegenomen naar het volgende jaar. Dit houdt in: een vakantie van woensdag 16 december tot maandag 4 januari.

Mijn moeder heeft met zekerheid de baan van activiteiten begeleidster verworven, met een salaris dat haar stoutste verwachtingen overtreft. Ik? - ik heb niets vernomen over werk, bij welk museum dan ook. Zijn ze me vergeten, of malen de ambtelijke molens nog langzamer dan ik verwachtte? 

Leiden, xxviii dec. '92

Wat heb ik zoal te melden? Niet veel vrees ik, tenzij de minimale zaken gedetailleerd uit de doeken gedaan.

Woensdag 16 december hebben J. en ik een dagje in Amsterdam door gebracht. Allereerst voerde onze gang langs Boudisque. We verlieten de zaak met twee aanwinsten: J. met een CD van Mustapha Tettey Addy; ik met de soundtrack van Ghosts of the Civil Dead van Nick Cave e.a. Daarna bezochten we een filiaal van De Slegte op de Kalverstraat waar ik drie boeken kocht van en over Jeroen Brouwers: De Achterhoek en De Oude Faust (die samen Kroniek van een Karakter vormen) en Over Jeroen Brouwers' Kritische Motieven.

Leiden, xxx dec. '92

De voorlaatste dag van 1992 en nog weet ik niets over een eventuele baan, aan te vangen in januari '93. Nog vanmorgen belde ik Lia de Koning om haar te vragen naar de laatste stand van zaken, om mij zekerheid te verschaffen over enzovoorts. De telefoniste van de Sociale Dienst stond me te woord: 'Lia de Koning, zei je? Die is ziek!'

De winter is met een flinke koude ingetreden, op de schuurdaken ligt glinsterende rijp. Ook op de platgeblazen balkonschutting ligt een knapperige laag bevroren waterdamp, met daarin gestempeld de huiverige stapjes van Poes en Hitam. De katten zijn wat huiselijker nu, zij hebben een verminderde behoefte om naar buiten te gaan. Binnen drentelen zij de hele dag rond de kachel, zich zo nu en dan genoeglijk uitrekkend.

Ondanks de koude is het zonnig - de omgeving is licht, de stemming is optimistisch - zodat de lage temperatuur goed te verdragen is.

Leiden, xxxi dec. '92

De laatste uren van '92 lopen af. De uren, kwartieren, minuten en seconden kalven van het oude jaar af; nog een laatste schittering en dit jaar lost voorgoed op in de tijdstroom.

Tot aan middernacht zijn er nog elf uren te gaan, maar van overal klinken er al knallen van door de jeugd vroegtijdig afgestoken rotjes, - die rot jeugd ook! Zo kunnen wij ons een voorstelling maken hoe de stilte in Joegoslavië versneden wordt, met geweerschoten en andere, de dood afroepende, geluiden.

Beter zou het zijn te middernacht vijf minuten stilte in acht te nemen, als betoon van solidariteit en mededogen, met alle onder vuur liggende volkeren.

Hoe zouden, bijvoorbeeld, de in Nederland opgenomen, voor het oorlogsgeweld in eigen land weggevluchte, Joegoslaven onze luidruchtige inluiding van het nieuwe jaar ervaren? Ik kan mij het niet anders voorstellen, dan dat zij er erg nerveus van zullen worden, en dat de knallen de meest verschrikkelijke herinneringen wakker roepen.

Verder weet ik weinig te schrijven. Mijn kop is leeg en we zijn een beetje rommelig bezig met het verrichten van allerhande huishoudelijkheden: de was, het opnemen van muziek, de kattenbak verschonen, drankinkopen doen om vanavond het oude jaar weg te spoelen, de vuilnisbak legen, de pantoffels schoonborstelen.