| Dieperik - Naar de kelder >> Dagboeken >> Dagboek Pavor Nocturnus |
| Leiden, i nov. '91 |
| Ik ben somber. Vermoeidheid en
tijdgebrek eisen hun tol. De laatste twee weken hebben J. en ik
nauwelijks tijd gehad om met zijn tweeën door te brengen. Altijd waren
er wel anderen bij, leuk, maar we komen niet aan elkaar toe. Dat
frustreert me. J. kan dat wat beter verdragen, maar die heeft dan ook al
twintig jaar kinderen; ze is er aan gewend. Ik voel een machteloze woede, die ik voor het gemak maar koel op J. We hebben onenigheid, waarbij zij vergeet dat ik me druk maak om het feit dat we zo weinig tijd samen hebben; ik ben boos op haar, maar in feite is het een compliment. Zo zie ik dat tenminste. Meestal is het juist de vrouw in een relatie, die klaagt dat haar partner zo weinig tijd voor haar heeft; dat hij door allerlei bezigheden niet aan de relatie toe komt, dat hij wel met haar vrijt, maar voor de andere gevoelens geen tijd vrij houdt of maakt. In onze relatie lijkt het tegenovergestelde plaats te vinden. Tom Waits: 'Cause you cut my bleeding heart out (...) cross my heart and hope to die.' Ondanks het feit dat we elkaar dagelijks zien, schrijf ik haar nog brieven. Goddank heb ik daar de tijd voor. Misschien vinden anderen dat vreemd, brieven schrijven aan je partner, terwijl je die dagelijks ziet, maar op mij heeft het een therapeutische uitwerking. Ik vind schrijven sowieso de meest prettige bezigheid, daarbij helpt het me nadenken. Al schrijvend vorm ik me een mening en door het schrijven ben ik gedwongen die mening, en de gedachten die daaraan ten grondslag liggen, te verwoorden, begrijpelijk te maken voor anderen; daardoor worden mijn gedachten concreet. Nahi is nu definitief bij Muriël ingetrokken, ik heb mijn flat weer helemaal voor mezelf en ben daar zeer blij mee. Ik vind het maar moeilijk mijn woning met iemand te delen; ik kom dan niet aan werken toe, kan me niet genoeg concentreren, omdat de woning niet is ingericht zoals ik dat wil. Leiden, iv nov. '91 Ik heb net een verhandeling van Paustovskij gelezen over de talloze poëtische Russische woorden voor de verschillende soorten regen. Voordat ik met lezen begon, was het buiten redelijk weer; de lucht was grijs bewolkt, maar de zon had nog voldoende kracht om er wat licht door te sturen. Tijdens het lezen sloeg het weer om; de lucht werd donker, de wind nam in kracht toe en het begon hard te regenen. De regen ging even later over in hagel. De koele nadagen van de herfst. J. en ik hebben dit weekend wat tijd samen ingehaald. Vrijdagavond zijn we thuis gebleven. Ik heb de matrassen van de slaapkamer naar de woonkamer - een verdieping lager - gesleept en we hebben onderuit gelegen televisie gekeken en gekletst. We gingen vroeg slapen. Zaterdagochtend stonden we vroeg op. In de tijd dat ik wat boodschappen deed om het huis op te knappen - tochtstrippen, houtboortjes en metalen pinnen - heeft J. het huis opgeruimd. Daarna gingen we naar de markt. Zaterdagavond zijn we bij de moeder van J. langsgegaan, op de koffie. Na thuiskomst hebben we nog wat ruzie gemaakt, dat weer uitgepraat en daarna zijn we gaan slapen. Zondag zijn we laat opgestaan en hebben overdag wat huishoudelijke klusjes gedaan. 's Avonds hebben we weer ruzie gemaakt en dat uitgepraat... De ruzie ging over het reageren op contactadvertenties. J. wil reageren op contactadvertenties om te corresponderen. Ik was het daar niet mee eens. Ik ben van mening dat daar altijd iets meer van wordt verwacht dan alleen brieven schrijven. Mijn idee is dat het mannen en vrouwen betreft die op zoek zijn naar een relatie. Het ligt niet in hun bedoeling om vrijblijvend te corresponderen, maar om via deze advertenties mensen te leren kennen, deze via brieven af te tasten, om vervolgens een afspraak te maken voor een ontmoeting. Ik vertrouw J. Ik weet dat het haar alleen om de correspondentie gaat; maar ik beschouw het toch als een soort flirten en dat vind ik bedreigend. Waarom heeft ze niet genoeg aan mij? Waarom wil ze tijd besteden aan volslagen vreemden, terwijl wij al zo weinig tijd samen hebben? Uiteindelijk heb ik met haar plan ingestemd, maar wel bedongen dat zij er melding van maakt dat zij een relatie heeft, zodat er geen valse verwachtingen kunnen ontstaan aan de kant van de adverteerders. Maar dan nog kunnen er misverstanden ontstaan, immers: de adverteerders kunnen zich afvragen waarom J. reageert op hun advertentie, terwijl ze een relatie heeft. Misschien zien ze het wel als een stap van haar om eens een avontuurtje te beleven, zonder daarna gelijk een relatie te willen beginnen. Als ze mij maar enigszins het idee geeft dat ze onbekende mannen gaat ontmoeten, zonder dat vantevoren deze mannen uitdrukkelijk is duidelijk gemaakt dat een avontuurtje uitgesloten is, beëindig ik mijn relatie met haar. Ik wil niet met een vrouw omgaan die flirt om voortdurend bevestiging te krijgen van andere mannen. Ik heb er geen behoefte aan om in voortdurende twijfel te moeten leven. Dan snijd ik nog liever mijn hart uit. Leiden, viii nov. '91 Ik heb deze week de kranten uitgeplozen op zoek naar werk en twee banen gevonden die eventueel voor mij in aanmerking komen - of is het andersom? Ik kom voor deze banen in aanmerking. Ik ben speedy, te veel koffie gedronken en weinig gegeten. Vandaag heb ik een brief geschreven aan Hans Warren, de schrijver die een flink aantal 'geheime' dagboeken heeft gepubliceerd. In mijn brief heb ik hem gevraagd of ik hem een manuscript kan sturen, of hij dat manuscript wil lezen en of hij er een oordeel over wil geven. Dat is de eerste stap in de richting van de publicatie van mijn dagboek of de eerste stap in de richting van een teleurstelling. Ik ga echter niet van slechts één oordeel uit, tenzij dat oordeel positief uitvalt. Leiden, x nov. '91 Ik verlang weer naar verre streken, een veertigtal breedtegraden naar het Zuiden. Het koele Noorden jakkert me te kil om het hart. Mijn hart is warm, maar dreigt in het kloppen te worden gestopt door onderkoelde misverstanden. Voor mijn relatie met J. dacht ik dat ik één van de weinige was die door zijn ervaringen in de 'liefde' karakterbepalend teleurgesteld was, maar J. blijkt ook grote littekens met zich mee te dragen. Vandaag trad een litteken aan de oppervlakte en dat betekende het einde van onze relatie. Ze dacht uit mijn opmerkingen en gedragingen te kunnen afleiden dat ik nog met Ellen in mijn hoofd leefde. Niets is minder waar. Ik snap niet waar J. dat vandaan haalde. Het was een kwestie van intuïtie, zei ze. Ze had zoiets in het verleden al eens meegemaakt en haar intuïtie had haar nog nooit bedrogen. Het is niet waar, ik heb in maanden niet meer aan Ellen gedacht: Ellen speelt geen enkele rol meer in mijn leven. Hoe J. daar dan bij komt, weet ik niet. Ik heb geen enkele aanleiding gegeven tot dit misverstand. Het enige dat J. dwars kan zitten, is mijn schrijven aan het dagboek. Maar hoewel het verhaal gaat over de periode na Ellen en mijn moeite met de scheiding van haar, sta ik daar tijdens het herschrijven helemaal niet bij stil. Het herlezen van mijn dagboek doet me emotioneel niets: terwijl ik aan het schrijven ben, vergeet ik helemaal dat het over mezelf en Ellen gaat. Het is een compleet verhaal en ik grijp dit verhaal aan om te schrijven. Het is een afgerond geheel, waarmee ik misschien tot publiceren kom. Die kans wil ik mij niet laten ontgaan. Wanneer ik eenmaal iets heb gepubliceerd wordt de volgende keer publiceren makkelijker. Schrijven is een belangrijk onderdeel van mijn leven. Om ervoor te zorgen dat ik altijd kan blijven schrijven, moet ik er geld mee verdienen. Wanneer ik van een andere baan afhankelijk ben voor het binnenhalen van mijn inkomen, blijft er te weinig tijd over voor het schrijven. Het is meer dan een hobby van me: het is mijn leven. Iets dat houvast biedt om te overleven en waar ik dus niet buiten kan. Zonder het vastleggen van mijn gedachten op schrift zou ik niet bestaan en nooit hebben bestaan. Ik heb geen ander doel voor ogen. Na voorgaande ruzies met J. ben ik meestal degene geweest die voor de verzoening zorgde. Ik heb het contact weer opgenomen, ik heb me aangepast, ik heb de verzoenende woorden gesproken. Nu heb ik er genoeg van, ik heb genoeg trots ingeleverd. Zoveel dat ik helemaal geen trots meer heb: trots levert alleen verstarring van de stellingname op en eindigt in een wel-niet impasse. Het is niet mijn trots die me weerhoudt contact op te nemen met J., maar de onzinnigheid en de niet terzake doende argumenten van de ruzie van vandaag. Het is ondoenlijk om tegen haar valse intuïtie in te gaan, wanneer J. daar zo blindelings op vertrouwt. Gebaseerd op vorige relaties nota bene! Ze zou nu toch langzamerhand moeten weten dat ik niet zomaar iemand ben, maar de Dieperik, een soort op zichzelf, waarvan slechts één specimen bestaat. Ik ben niet gemakkelijk, dat geef ik ruimhartig toe, maar ik bedrieg niemand, zeker niet mijn geliefde. Ik ben absoluut trouw. J. schijnt dat nog steeds niet in te zien. Haar letterlijke woorden waren vanmorgen: 'Ik wil niet met zijn drieën in bed liggen!' Waarmee ze Ellen in mijn hoofd bedoelde. Ik dacht aan weinig dingen op dat moment en zeker niet aan Ellen. Waarom zou ik ook? Mijn enige geliefde - de vrouw die ik begeerde - lag naast me in bed: J.! Ik snap het niet meer. Ik steek al mijn energie in het behagen van haar en nog twijfelt ze aan mijn liefde. Mijn energie is bijna op, evenals mijn fantasie. Ik zou niet weten wat ik kan zeggen of doen om haar te overtuigen. Ik weet zeker dat ik niet tekort geschoten ben, ik heb alles gegeven en dat bleek niet genoeg. Ik heb geen twijfels over mijn gelijk of ongelijk. Het is 14.45 uur, ik ga naar de Droomfabriek. Jammen, of misschien is rammen een beter woord: ik ga lawaai maken, me uitleven, de blues spelen. ... 00.00 uur: Van het Westen niets nieuws. Ik heb urenlang met J. aan de telefoon gehangen, het gesprek had geen enkele zin. Ik verslikte me in mijn jaloezie en zij had haar gevoelens al zover afgeschermd dat ze niet meer bereikbaar was. |