Dieperik - Naar de kelder >> Kelder >> Maleisië
Kota Bahru, xviii april '96
Kota Bahru is een kleine stad aan de oostkust van Maleisië. Het strand is er nooit ver te zoeken. Een aangenaam stadje, vergeleken bij de twee steden die ik tot nu toe bezocht: Kuala Lumpur en George Town. Misschien niet kleiner wat betreft oppervlakte en inwonertal, maar terughoudender in haar glamour architectuur.

Kuala Lumpur wordt op de voet gevolgd door George Town als het gaat om hoogbouw en verkeerswegen die zich onbarmhartig in de laatste pittoreske resten van het oude centrum boren. Kuala Lumpur is trendsetter en heeft bijna niets meer te verliezen, in tegenstelling tot George Town. Maar hoe oud, karakteristiek en smaakvol het oude ook is, het moet wijken voor de stad die stukje bij beetje op de tekentafel van een doorgedraaide architect ontstaat.

Evenals de oude gebouwen is de prestigieuze kantoorhoogbouw niet opgewassen tegen het voortwoekerende micro-organisme dat in dit broeierige klimaat welig tiert en zich aan alles hecht dat daar maar de geringste gelegenheid toe biedt. Op de kleinschalige gebouwen, die door mensen, poezen, vogels en varens bewoond worden, komt de grijs-zwarte waas natuurlijk voor en verleent het zelfs iets als meerwaarde. Alsof de architect de vlekkerige partijen met een waterverfpenseel op het oorspronkelijke ontwerp gezet heeft, omdat hij zag dat er nog iets aan het uiterlijk van de huizen ontbrak.

Op de smetteloos bedoelde kantoorgebouwen, die nors de stad in blikken door spiegelende ramen, ziet het voortwoekerende micro-organisme er uit als een vooraankondiging van het te vroege verval.

Tussen de giganten bewegen de mensen zich voort en bedrijven hun handel en wandel in de schaduw van de voortschrijdende vooruitgang. Deze mensen lijken los te staan van deze moderne tijd; hun handel is kleinschalig en tijdelijk. Aan eetstalletjes bereiden zij maaltijden voor de stroom stadsmensen die op pad is om op de avondmarkt goedkoop hun inkopen te doen. Als een compacte massa trekken de wandelaars over het oneffen trottoir, babbelen wat op een terrasje, kopen wat aan een kraam en verdwijnen in de nacht met een bundel plastic tasjes in de hand.

Rond de hoogbouw speelt zich geen leven af. Een hoog en breed portaal markeert de toegang, maar een geüniformeerde portier ziet er op toe dat niemand het gebouw betreedt. De kantoorgebouwen zijn sarcofagen, met een oprijlaan en een goed verzorgde bossage voor de deur.

Kota Bahru onderscheidt zich van de grote steden aan de westkust door het vrijwel ontbreken van hoogbouw. Hoog boven de gebouwen in het centrum steekt een centrale antennemast uit. Het kleine broertje van de Eifeltoren, behangen met witte en grijze ontvangstschotels. Hier worden blijkbaar de signalen van de mobiele telefoons, waarmee iedere Maleisiër op zak loopt, ontvangen en doorgegeven. Het gebruik van dit stukje moderne telecommunicatie beperkt zich niet tot de uptown zakenlui in te warm driedelig kostuum, maar strekt zich uit tot de downtown water- en lucifersvendeurs. Onderuitgezakt op een klein krukje tussen zijn uitgestalde flessen lauw mineraalwater bespreekt de verkoper mobiel de laatste stand van zaken met het thuisfront. De zaktelefoons zijn er in een grote verscheidenheid: van supersnelle, platte elektronica, tot solide notenhout uitvoering met vergulde schuifantenne.

Het centrum van Kota Bahru ligt open. Letterlijk. In gaten in het opengewerkte asfalt, van wat tot voor kort een belangrijke winkelstraat moet zijn geweest, wordt beton gestort als fundament voor nieuw op te trekken grootse winkelpanden. Aan moderne winkels met breed assortiment en diepvrieslucht is geen gebrek. Waar het nog aan ontbreekt is een brede middenklasse, die hun geld in dergelijke zaken besteden kan. De koopwaar ligt in de schappen, maar het wachten is op de consument. Zich vervelen hoeven de verkoopsters niet. In grote getale staan zij geduldig in de gekoelde vertrekken te wachten en doden de tijd met ginnegappen met de collega's. Zo verdiept zijn zij in hun boeiende gesprekken, dat zij soms meer in elkaar geïnteresseerd zijn dan in de consument. Deze is op zijn beurt ook geduldig, blij als hij is dat hij binnen even van de hitte van de straat kan bekomen.

Hoe de vrouwen het in deze fundamentalistische islamitische deelstaat uithouden, mag een raadsel heten. Onder hun dunne hoofddoek houden zij hun haar bijeen met een wollen muts. Deze twee lagen hoofdbedekking laat geen ruimte voor verhitte fantasieën. Het enige wat zij kunnen doen, is het hoofd koel houden; het zou me niets verbazen als zij daar een dagtaak aan hebben.