| Dieperik - Naar de kelder >> Kelder >> Maleisië |
| Kuala Lumpur, iv mei '96 |
|
De vakantie is afgelopen en het wachten op het vertrek van mijn
vliegtuig is begonnen. Eindeloos wachten, want het stijgt niet eerder
dan kort voor middernacht op. Het wachten begon enkele dagen geleden al, na aankomst in Kuala Lumpur. De naam van de stad klonk me al jaren exotisch in de oren. In werkelijkheid is het een kaal, aangeharkt park met kolossale kantoren en winkelpassages. Het ene gebouw nog groter en glimmender dan het andere. In feite is er in KL - zoals de Maleisiërs de stad met vertedering in hun stem noemen - niets anders te doen dan winkelen. De uitlaatgassen blijven tussen de gebouwen hangen, zodat de straten blauw zien van de benzinedampen. Fietsen in de stad is onmogelijk. De drie- en vierbaanswegen worden overspoeld door auto's die iedere tien meter van rijstrook wisselen, zodat het verkeer kriskras door elkaar rijdt. De overgebleven ruimte wordt ingenomen door motoren. Als voetganger oversteken vergt een wiskundig inzicht in kansberekening en onmenselijk geduld. De voetganger is vogelvrij en geen deelnemer aan het verkeer. Automobilisten gedragen zich alsof voetgangers onzichtbaar zijn. De stad is een betonnen jungle waar uitsluitend het recht van de sterkste heerst; wat groot en sterk is, overheerst of verdrukt het kleine. Dat geldt in het verkeer en in de architectuur. Wat historische waarde heeft, oud en mooi, maar klein is, wordt verdrongen door grote gedrochten. Op zichzelf staand zijn de grote, moderne gebouwen nog om aan te zien, maar in constellatie met elkaar vloeken zij en benadrukken elkaars lelijkheid. Ieder gebouw dat nieuw wordt opgetrokken is enkele verdiepingen hoger dan zijn laatst voltooide voorganger. Zo is niet alleen de grondprijs hoog, maar worden ook de hogere luchtlagen ten gelde gemaakt. De stad is heet, benauwd en stoffig en wordt beheerst door verkeerslawaai. Vooral de minibussen die een permanente cirkel door de stad beschrijven zijn een bron van vervuiling en lawaai. De zwarte wolken die zij uitbraken doet vermoeden dat zij met kolen worden gestookt. |