| Dieperik - Naar de kelder >> Kelder >> Nieuwsweek |
| Vakantieland Indonesië |
| Vrijwel iedereen kent de Borobudur,
het kolossale monument dat tussen 778 en 850 werd gebouwd.
Handwerkslieden, houtbewerkers, beeldhouwers, slaven en opzichters, in
totaal zo'n 10.000 man, waren bijna een eeuw bezig om de bouw te
voltooien. Maar kort na de voltooiing raakte de Borobudur al buiten
gebruik. Eeuwen verstreken en het monument raakte bedolven onder een dikke laag aarde en werd vergeten. Totdat het in 1814 bij toeval door een Engelse kolonel werd ontdekt. Pas in 1855 werd de Borobudur blootgelegd, waarna het lange restauratieproces kon beginnen. Het werk werd in 1983 eindelijk voltooid. Maar Yogyakarta heeft meer te bieden... Na een treinreis vanuit Bandung kom ik na tien uur moe en vuil in Yogyakarta aan. Yogyakarta is de culturele hoofdstad van Java. Al eeuwenlang is het een koninklijke stad en een belangrijk handelscentrum. Rond het station hangen de becakrijders loom in hun voertuigen en dromen van een snel fortuin. Op dit moment heb ik een koninkrijk over voor een verfrissend bad. Maar een becak heb ik niet nodig, want ik ben maar enkele tientallen meters van mijn bestemming verwijderd. In losmen Beta nabij het station wordt er een kamertje voor mij ontruimd. Normaal gesproken woont er een student, maar momenteel is hij op familiebezoek in Semarang. De drieduizend rupiah voor de eerste nacht in het logement betaal ik vooruit. Mijn bestofte kleren gooi ik op het bed en in een sarong wandel ik naar de gemeenschappelijke kamar mandi. 's Avonds eet ik een groot bord nasi campur in het nabij gelegen Superman's restaurant. Muzikanten wandelen in en uit. Een klein, oud vrouwtje begeleidt haar gezang met een houten kistje waarover rubber kabels gespannen zijn. Met het plink, plank, doenk van de kabels overstemt zij haar gemurmel. Na het optreden gaat zij langs de tafels en neemt zwijgend de rupiah in ontvangst. Nadat zij het restaurant heeft verlaten komen twee jonge meisjes binnen; de één met een zelfde kistje, de ander met een tamboerijn. De instrumenten haperen in de verlegen handjes. De artiesten moeten concurreren met de muziek uit de stereo van het restaurant. Zodra zij binnenkomen draait de bediening de volumeknop van de stereo omhoog. Er is veel geluid, maar er klinkt weinig muziek. Opgefrist bezoek ik de volgende ochtend de kraton. In 1757 is het aangelegd als paleiscomplex voor de sultans van Yogyakarta. Na het kopen van een kaartje aan de ingang van de kraton, word ik met een gids op pad gestuurd. De vrouw spreekt vrijwel accentloos Nederlands. Terwijl wij door de kraton wandelen vertelt zij over de geschiedenis van de sultanfamilie. Het voorste gedeelte van de kraton heet de Pagelaran. Het achterste gedeelte, Di Dalam, wordt gezien als heiligdom. De stad-binnen-de-stad heeft ongeveer 25.000 bewoners. Ik breng een bezoek aan de batik- en zilverateliers. Binnen de muren zijn ook moskeeën, scholen, markten, kantoren en twee musea te vinden. Het kleine stadje wordt omringd door drie meter dikke muren met een totale lengte van een kilometer. Het heeft veel weg van een vesting. In een van de paviljoens vinden elke zondag klassieke dansrepetities plaats. Elke maandag en woensdag zijn de traditionele gamelan-repetities te bezichtigen. Het niveau van de opvoeringen is de hoogste van heel Indonesië. Tijdens mijn rondgang wordt er gamelan muziek gespeeld. Een groep traditioneel geklede oude mannen studeert muziekstukken in, die voltallig worden uitgevoerd tijdens feestelijke gelegenheden. Iedere muzikant draagt een kris op de rug, die half boven de rand van de sarong uit steekt. In kleermakerszit bewerken zij het koude koper met houten hamertjes. Het koper zingt zachtjes onder de kalme klopjes. Sommige ketels klinken helder en kort van toon, andere zingen met een warm timbre en dragen lang hun toon uit. De klanken van de gongs voel ik in mijn middenrif. Pas seconden na de aanslag laten zij hun toon los. Eerst helder en dan uitvloeiend tot een diepe grondtoon. De zon keldert naar beneden - zo dicht bij de evenaar valt de nacht letterlijk - en met een klein gezelschap rijd ik in een minibusje de stad uit. Het Ramayana-verhaal wordt opgevoerd op het podium van het Lorojonggrang openluchttheater in de buurt van het Prambanan tempelcomplex. Verdeeld over vier opeenvolgende vollemaannachten, van juni tot oktober, drommen toeristen en Indonesiërs samen om van het spektakel te genieten. De laatste aflevering wordt opgevoerd op de avond dat de maan vol aan de hemel staat. De tempelschilderingen van de Prambanan-tempel worden in levende lijve op het podium gezet. De dansers worden begeleid door een helder, meeslepend gamelanspel. De instrumenten worden zo nu en dan aangevuld door een vrouwenkoor of soliste, die ijle keelklanken voortbrengen. De dansers bewegen sierlijk en soepel in hun felgekleurde kostuums. Kinderen in blauwe, rode, gele en groene pakjes verbeelden het apenleger onder aanvoering van een witte aap, Haniman. Fragiele hofdames, elegante prinsen en lachwekkende, laffe soldaten passeren de revue. Ondanks de taalproblemen verveelt het spel geen moment. Het openluchttheater is gebouwd naar voorbeeld van het amfitheater uit de oudheid. De ruime dansvloer wordt omcirkeld door de trapsgewijs opklimmende tribune met betonnen zetels. De moderne lichtmasten, die de dansers in wisselende kleuren beschijnen, contrasteren scherp met het decor van de eeuwen oude Prambanan in het maanlicht. Na de voorstelling raakt het gezelschap niet uitgesproken over de prachtige taferelen die wij zojuist gezien hebben. De maan staat al hoog aan de hemel als wij Yogyakarta binnenrijden. |