Dieperik - Naar de kelder >> Kelder >> Nieuwsweek
Leidse zeebonk
Van oudsher wordt het 3 oktoberfeest ingeluid met haring en wittebrood. De zeebiologen zijn het er nog niet over eens hoelang dat zo door kan gaan. Door het vissen met moderne trawlers lijkt de haringstand zich niet te kunnen herstellen. Vroeger ging het er in de haringvisserij anders aan toe. In een interview met Nieuwsweek vertelt de Leidse zeerot Jan Wouters hoe de haring in het begin van de jaren vijftig onder zware omstandigheden werd binnengehaald.

De zestienkoppige bemanning van de Katwijkse schuit stond onder leiding van schipper Jaap 'De Fik'. Ik was het jongste bemanningslid en op mijn veertiende voor het eerst van huis. Langzaam verdween de haven van IJmuiden aan de horizon. Naarmate wij de Doggersbank naderden werd het op zee steeds drukker. Deense en Duitse vissersschepen hielden dezelfde koers als wij.

Tegen de avond stopte de schipper met peilen en gaf de machinist het teken dat hij de motoren stil moest zetten. 'Schieten!' riep hij, ten teken dat de netten overboord moesten. De reepschieter ging het ruim in om de netten aan te geven. De jongste en de oudste matroos stonden aan de reling om de netten die overboord gingen aan de reep vast te maken. Op gelijke afstand van elkaar werd een blaasboei bevestigd. Ik had tot taak om ervoor te zorgen dat het reeptouw soepel overboord liep. De schipper liet het schip kalm achteruit lopen, zodat de drijfnetten strak in het water stonden. Toen het donker werd gingen wij naar de kooi. De matrozen die wacht liepen moesten ervoor zorgen dat het schip goed achter de netten bleef liggen.

Rond middernacht werd ik wakker geschud. Samen met de reepschieter moest ik het dek op. Ik moest achter de winch plaats nemen. Met drie slagen om de rol werd de reep die aan de netten zat vastgezet en de winch begon te draaien. Langzaam trok ik het schip met de winch naar de netten toe. De netten liepen binnen over de rollen aan de reling om boven de houten krebben door de matrozen uitgeschud te worden. De eerste netten waren leeg, maar weldra rolden met de netten ook de eerste haringen binnen. Toen de helft van de netten binnen was, werd het werk even neergelegd om koffie te drinken en een sigaret te roken. Tijdens deze pauze rolden de matrozen alvast de sigaretten voor de rest van de nacht. Voordat wij weer aan het werk gingen staken zij de sigaretten samen met wat snoep in hun pet.

Het binnenhalen van het tweede deel van het net duurde tot de volgende ochtend zeven uur. Ik kreeg even de tijd om op adem te komen en daarna moest ik samen met de anderen de haring kaken aan een lange houten bank. Er werd een mand verse haring voor me neer gezet en een matroos deed voor wat ik moest doen. Hij sneed het strotje van de vis half door en trok er in een beweging de ingewanden uit. Ik moest goed opletten dat ik er het 'gelletje' mee uittrok anders bleven er parasieten in de vis zitten en dan was de haring bedorven.

De gekaakte haringen werden in houten tonnen geladen en bestrooid met pekel. Als er een ton vol was, werd het deksel met hennep dichtgebreeuwd door de slagen van een hamer met platte bek. De tonnen werden in het ruim geladen en daarna gingen de matrozen naar de kooi. Het was inmiddels tien uur in de ochtend en sinds middernacht had ik niet meer geslapen. Maar mijn werk was nog niet klaar, samen met de reepschieter moest ik het dek schoonspoelen.

Na drie maanden was de tijd van de maatjesharing voorbij en namen wij andere drijfnetten aan boord. De nieuwe netten hadden een grotere maaswijdte, zodat de vette haringen in de mazen bleven steken en de jonge haringen konden ontsnappen. Om te pekelen waren de grote haringen ongeschikt; ze werden aan de wal gerookt en verkocht als bokkingen.

December markeerde het einde van het visseizoen. Bij slecht weer waagden wij de netten niet aan de zware deining en zodoende werd er niets verdiend. De reder liet via de scheepsradio weten dat wij naar de haven moesten terugkeren. Voordat wij de haven van IJmuiden binnenvoeren leegden wij onze strozakken in zee. In de loop van het jaar was het stro tot stof verpulverd.