| Dieperik - Naar de kelder >> Kelder >> Spanje |
| Architectuur in Barcelona |
| Barcelona is de stad van het
ijzersmeedwerk. Niet voor niets was de kunstenaar en architect Gaudi van
oorsprong smid. De wervelingen, ritmen en herhaalde ornamenten uit de
siersmeedkunst komen in zijn huizen, paleizen en godshuizen terug in
alle mogelijke materialen. Van hout en marmer tot glas en keramiek. De
natuurlijke asymmetrische vormen, al dan niet tot in het oneindige
herhaald, zijn daarbij het voornaamste aspect. Barcelona is een stad van de bevroren beweging. Niet alleen in de architectuur, maar ook in de uitvoeringen van de straatmuzikanten op de Rambla. Kleurig uitgedoste artiesten nemen een pose aan en verstillen tot wassenbeelden. Totdat een voorbijganger geld in het daarvoor bestemde bakje gooit en de gestalte schokkerig of met trage mechanische bewegingen van houding verandert. Niet alleen artiesten hebben de gestalte van een standbeeld aangenomen, zij zijn reeds voorgegaan door historische figuren, zoals Columbus en Cassanova. Zij werden niet alleen in steen vereeuwigd, maar kregen zelfs pleinen naar zich vernoemd. Barcelona is een stad die haar verleden koestert. De gebouwen die aan het eind van de vorige, en in het begin van deze eeuw door de Modernistes zijn neergezet, worden in hun glorieuze oude staat hersteld. Nieuwe gebouwen worden tenminste in een neo-klassieke stijl opgetrokken, zodat zij het karakter van de stad niet al te zeer aantasten. Deze trouw aan het verleden legt de stad en haar inwoners geen windeieren. De Rambla wordt niet langer overspoeld door water, maar door koopkrachtige toeristen, die zij aan zij met de Spanjaarden langs de verschillende kramen stromen. Dieren worden er verhandeld, bloemen en nomadische sieraden. Desgewenst kan de voorbijganger zich mild laten beledigen door een kunstenaar die in minder dan tien minuten de minst vleiende trekken van het gezicht in een karikatuur verwerkt. Het ontbijt in Barcelona bestaat uit een zoet broodje en een kop sterke koffie. Op het terras van cerveceria Colon bestel ik een café solo en een rolvormig broodje van bladerdeeg gevuld met stevige bakkersroom. Het bierlokaal ligt aan het plaça Reial. Terwijl de ober mijn koffie laat doorlopen, frituurt zijn collega een schaalvol kleine inktvisjes. De keuken wordt alvast bedrijfsklaar gemaakt voor de namiddag, wanneer de koele glazen bier vergezeld gaan van koude en warme tapas. Nu nog is het plein bevolkt door haveloze duiven en vervuilde daklozen. Een enkeling van hen ontbijt eenzaam op een van de banken met een blikje bier. Om al te grote overlast te voorkomen staan twee agenten van de policia in gevechtstenue te waken over de rust op het plein. Met onverbiddelijke gebruinde gezichten, zonnebril, blauwe sportcap, wapenstok en pistool posteren zij bij een van de toegangen tot het plein. Hun aanwezigheid volstaat en de daklozen zijn zo vroeg in de ochtend nog teveel in zichzelf gekeerd om overlast te veroorzaken. De schrille kreten van zwaluwen weerkaatsen tussen de hoge okerkleurige gevels van het binnenhof. De verweerde houten luiken achter de smeedijzeren balkons zijn geopend en bieden het ochtendlicht toegang tot de donkere woningen. Een middelgroot fontein vormt het centrum van het plein. Op de betonnen rand drinken duiven van het water en poseren toeristen voor een foto. Dadelpalmen rijzen loodrecht op als de pilaren van een denkbeeldig dak. De bladerkroon wijkt in symmetrische bogen uiteen. De rust wordt zachtmoedig verstoord door een cameraploeg die de verrichtingen volgt van een blondine in een piepklein autootje. Het voertuig zonder motorkap en achterbak lijkt nog het meest op een sportschoen op wielen. Het interieur van deze geruisloze Smart biedt net voldoende ruimte aan twee luxueuze vliegtuigstoelen. Eindeloos rijdt de blondine rondjes langs het schitterende aluminium terrasmeubilair van de verschillende bierlokalen en restaurants. Niet ver van het plaça Reial en de Rambla ligt het door Gaudi ontworpen Güell paleis aan de Nou de la Rambla. De entree doet eigenaardig aan en heeft niets van de toegang tot een geborgen, warm huis. Al snel wordt duidelijk dat de entree niet alleen toegang bood aan voetgangers, maar ook aan paard en koets. De gewelven van baksteen en een vloer van rechthoekige houten tegels zonder opgevulde voegen. Via een scherpe bocht en een flauwe helling werden de paarden naar de stallen onder het woonhuis gevoerd. Na Gaudi’s dood (1926), tijdens een duistere periode in de Spaanse geschiedenis, deden de stallen korte tijd dienst als werkvertrek van Franco’s fascistische folterknechten. De hedendaagse bezoekers van het paleis worden na de stallen via het centrale portaal naar de woonvertrekken van de familie Güell gevoerd. De restauratie van dit paleiselijke woonhuis, dat voorkomt op de monumentenlijst van de Unesco, is nog altijd in volle gang. Het ingebouwde altaar in de kapelzaal is leeggeruimd. De doffe achterwand van geslagen koper wordt door twee vrouwen in doktersjassen met kleine polijstkoppen op hun boormachines opnieuw tot glanzen gedwongen. Op de binnenzijde van de vier meter hoge deuren van het altaar staan de twaalf discipelen afgebeeld. Mannen met een vale huid en vlassige baarden in vage schilderstreken. Deze panelen zijn van elkaar gescheiden door lijsten van ingelegd ivoor en schildpadhoorn. Om te voorkomen dat het polijstpoeder en het stof van de koperoxidatie zich door de kapel verspreidt, is het altaar afgeschermd met een doorzichtig plastic gordijn. Niet alleen verschillen de kamers van elkaar in atmosfeer, maar ook binnen een en dezelfde kamer is niet een wand gelijk aan de andere. Alsof dat nog niet voldoende is verschillen ook de helften van de vloeren en plafonds van elkaar. Achteloos en verveeld naar het plafond staren is er niet bij. Ieder vlak is een op zichzelf staand experiment van vorm, textuur en perspectief. Materialen worden oneigenlijk toegepast, zodat marmer lijkt op staal, hout op keramiek, glas op tegels, staal op houtwerk en keramiek op textiel. Heel het woonpaleis is een duizelingwekkende samenstelling van culturen, tijdperken en grenzeloze fantasie en oog voor het detail. Het is een exposé van de niet aflatende ontwerpdrift van Gaudi en zijn onfeilbaar oog voor finesse. Hierdoor houdt de sfeer van het paleis het midden tussen een Perzische moskee, de sculpturen van Giger en Batman’s Gotham City. Vooral het dak van paleis Güell geniet wereldwijde faam. De met kleurige tegel- en glasscherven versierde schoorstenen. Als in slagroomtoeven en ingewikkelde wiskundige vormen getrimde cypressen rijzen de schoorstenen langs de rand van het platte dak op. Bezoekers van het woonpaleis, die zich eindelijk buiten het blikveld van de suppoosten wanen, negeren het cameraverbod en fotograferen de bonte sculpturen vanuit alle hoeken. Verscholen tussen de daken van huizen, kantoren, kerken en kathedralen rijzen in de verte de torens van de Temple de la Sagrada Família op. De eerste steen van de Tempel van de Heilige Familie werd gelegd in 1882 en nog altijd is de bouw in volle gang. De spitse torens priemen hoog boven de omringende huizenblokken uit de hemel in. Zo’n opengewerkte zandkleurige toren lijkt nog het meest op een reusachtige duiventil, bekroond door een Gaudi kenmerkende kleurige sculptuur. Het overal op de torens vooruit springende woord Sancta moet de heilige toewijding van het bouwproject nog eens benadrukken. Volgens het oorspronkelijk plan moesten er twaalf torenspitsen van iets meer dan honderd meter hoog verrijzen, die tezamen de discipelen verbeeldden. Een honderdzeventig meter hoge centrale toren ter ere van Christus moet nog worden opgetrokken, geflankeerd door torens die Maria en de vier evangelisten verbeelden. De eerste veertig jaar van de bouw was Gaudi zelf intensief bij de bouw betrokken. De laatste maanden van zijn leven sliep hij zelfs in zijn werkplaats op het bouwterrein. Over de zeventig jaar oud overleed hij in het ziekenhuis nadat hij door een tram was overreden. Zijn dodenmasker is nog altijd in de crypte onder de kathedraal te zien; een aandoenlijk fijn gezicht, met een brede, gebroken neus. Na zijn dood moesten de bouwers het stellen met een algemeen bouwplan en de nagelaten uitgebreide studies van het nog te bouwen gedeelte en de door de natuur geïnspireerde geometrische vormen van de pilaren, ramen, torens en daken. Alsof Gaudi’s dood nog niet voldoende tegenslag betekende voor de voortgang van het werk, plaatsten anarchisten een bom in de kathedraal in aanbouw. Een reeds voltooid altaar, enkele werkplaatsen en een verzameling oorspronkelijke werktekeningen gingen voorgoed verloren. Ondanks deze tegenslag ging het werk onverminderd voort en met het voortschrijden van de ontwikkelingen op technisch gebied veranderde ook het aangezicht van de kathedraal. Sommigen menen dat dit eerder een eerbetoon aan Gaudi is, dan afbreuk aan zijn voltooide werk. Doordat de nieuwbouw met het gebruik van beton zich onderscheidt van het onder toezicht van Gaudi gebouwde gedeelte, blijft zijn persoonlijke inbreng duidelijk en afgebakend zichtbaar. Deze gedachte was ook het uitgangspunt van de beeldhouwer Josep Maria Subirachs, die de Façana de la Passió ontwierp. Kubistische bijbelse figuren met abstracte gelaatstrekken en een Christus die aan een horizontaal uit de muur stekend kruis van stalen constructiebalken bungelt. Alleen de klinknagels ontbreken nog. Door deze goed bedoelde integriteit ten opzichte van de oorspronkelijke bouwmeester ontstaat een patchwork van bouwstijlen die het authentieke deel van de Sagrada Família laag na laag ondersneeuwen. Dat Gaudi ook zelf de plank volledig mis kon slaan, bewijst zijn Parc Güell project. Tegen de berghellingen aan de rand van de stad werd een groot stuk grond klaargemaakt voor de aanleg van een exclusieve villawijk. Jarenlang werkte Gaudi aan de vormgeving van de infrastructuur. Grillig slingerende wegen werden aangelegd. Een dorpsplein, ommuurd door golvende mozaïekbanken, verrees uit de helling en rustte als een dak op een schaduwrijk woud van pilaren. In deze schaduw konden marktkooplui hun verse waren slijten aan de elite in het park. Maar de villa’s waarin deze elite moest wonen, werden nooit gebouwd. Zelfs onder de avant-garde bleek geen interesse te bestaan om ver van het kloppende hart van de stad en de verkoeling brengende zeewind een luxueuze villa in een elitaire omgeving te betrekken. Nu is de brede trap, die vanaf de nimmer geopende markt de glooiingen van de heuvel volgt tot aan de toegang, een succesvolle toeristische trekpleister. Op de as van de trap liggen verschillende fonteinen, waarlangs het water langzaam naar beneden murmelt. Leunend op de randen van een van deze waterplaatsen hangt de meer dan levensgrote bontgekleurde gekko. Koel water sijpelt uit de amechtig geopende bek. Ondanks de populariteit bij toeristen nu - in trossen hangen zij over de gekko om gefotografeerd te worden - was Parc Güell destijds een commerciële flop. |