| Dieperik - Naar de kelder >> Kelder >> Spanje |
| De onderkant van Barcelona |
| De straten van Barcelona huisvesten
een bonte verzameling bedelaars. Opvallend zijn de oude vrouwen met
donkere handen. Zij houden hun gezicht verborgen onder een strak
samengebonden, zwarte hoofddoek. Sommige van deze vrouwen hebben een
spastisch trekkende linkerhand, anderen een oncontroleerbare
rechterhand. De ziekte moet wel besmettelijk zijn en reuze vermoeiend
bovendien. Dat is waarschijnlijk de reden waarom de vrouwen regelmatig
van spastische hand wisselen. Spaanse vrouwen hebben al op jonge leeftijd een diepe stem. Twintigers klinken als oude vrouwen met versleten stembanden, na een zwaar leven met veel drank en veel sigaretten. De gorgelende keelklanken die zij uitstoten lijken een andere taal te verbeelden dan de hijgerige, hoge stem van de Spaanse koorknaap op leeftijd, Julio Iglesias. In een portaal zit een jongeman zonder zichtbare aandoening in een rolstoel. Op zijn schoot ligt een plastic schaaltje. Op een bankje naast hem telt zijn gezette moeder het kleingeld zonder het vrolijke gesprek met haar schoondochter te onderbreken. Zo nu en dan onderbreken de vrouwen hun gesprek om de man aanwijzingen te geven, hoe hij zijn verkooppraatje aan moet scherpen om meer geld bij de voorbijgangers los te maken. Een roodkoper geschminkt stel heeft veel bekijks bij het voortschuifelende Rambla-publiek. Met een massieve kop kijkt de man streng voor zich uit, een glimmende speer stevig in zijn knuisten geklemd. Zodra toeschouwers geld in het bakje werpen, verandert het stel met afgemeten bewegingen synchroon van pose. Sommige toeschouwers reageren schrikachtig op hun bewegingen. Zij weten dat deze poppen levende wezens zijn, maar laten zich door hun ogen bedriegen. Sommige artiesten maken overuren. De clown met plumeau en hondje dat door een hoepel springt, maakt samen met de houterig bewegende Elvis evenzeer deel uit van de Rambla als de bomen en straatlantaarns. De kunst die hier uitgespreid op straat te koop wordt aangeboden, is van dubieuze kwaliteit. Fantastische voorstellingen van landschappen zonder atmosfeer, waar zonnen en planeten als reusachtige bollen aan de hemel hangen. Aan deze schilderijen komt geen kwast te pas. De verf wordt rechtstreeks uit de spuitbus op het doek aangebracht. Ook van een schildersdoek is eigenlijk geen sprake, een stevig stuk karton voldoet. Eerst krijgt het karton een kleurige grondlaag. Op de nog natte lak wordt een reep krant gelegd, waarlangs zwarte verf gespoten wordt. Nadat de krant van het karton is gehaald, loopt de zwarte en gekleurde verf aarzelend in elkaar over en wordt de illusie van een kubistische rots gewekt. Vreugdeloos reproduceert de kunstenaar zijn weinig variërende composities, voor een telkens wisselend publiek. Zo blijft zijn werk voor ieder van hen toch nog origineel. Hoog boven de jachthaven van Barcelona loopt een kabelbaan. De gondel begeeft zich heen en weer tussen een hoge toren in de haven en een nabij gelegen heuvel. Vorig jaar werd de kabelbaan uit veiligheidsoverwegingen gesloten, maar nu is de gondel weer in bedrijf. De lift brengt de luchtreiziger krakend naar het lanceringsplateau dat zich vlak onder de top van deze stalen constructie bevindt. De stalen balken zijn vrijwel verveloos, gaten gapen waar klinknagels ontbreken en de zoute zeelucht heeft happen uit de roestige spanten genomen of deze zelfs helemaal geamputeerd. De marmeren vloer van het lanceringsplateau wekt een solide indruk. Evenals het draaiende bord dat door een jongleur in het circus op een buigzaam rietje in balans gehouden wordt. De dikke staalkabels voeren naar de nog hogere tussenverbindings-toren, Jaum I. Langzaam komt het oranje gondeltje aangezweefd. Door de twee geopende ramen gaapt een duizelingwekkende diepte. In de verte steekt de zuil van Columbus hoog boven de omringende gebouwen uit. De ontdekkingsreiziger wijst met gestrekte arm de weg naar het Oosten, via de Westelijke route. Rondom de voet staan enkele historische figuren gegroepeerd. Onder hen bevindt zich een priester die zich over een geknielde Indiaan buigt. In angstige afwachting kust de bij toeval ontdekte Indiaan het kruis dat de priester hem voor houdt. Aangekomen bij Jaum I stapt de gondelier uit. Hij schuift de glazen deur open en wringt zich tussen de wal en het luchtschip naar binnen. Hij schreeuwt wat in een zwarte telefoon en klimt weer aan boord. De gondel vervolgt zijn weg naar de heuvel. De heuvel is ooit ingericht als park, waar de inwoners van Barcelona naar hartelust konden flaneren. Nu zijn de terrassen aan de voet van de heuvel bezaaid met gescheurde matrassen en vuile lorren. In het opgeschoten, dorre gras liggen de legersteden van de zwervers. Rond hun slaapplaatsen liggen de plastic zakken, flessen, blikjes, schillen en ander zwerfvuil hoog opgestapeld. ‘s Nachts verlaten de zwervers het oude centrum van de stad, waar ook ‘s nachts door de policia gepatrouilleerd wordt. Zij sluipen over de terrassen naar hun gore matras om hun roes uit te slapen en met de stad aan hun voeten te dromen van gulle gaven, gratis drank en sigaretten. Wat op heldere dagen een weids panorama moet zijn, wordt aan het oog onttrokken door de met uitlaatgassen vermengde mist van zee. De contouren van de Temple de la Sagrada Família lossen op tegen de achtergrond van moderne hoogbouw. Aan de andere kant van de heuvel is op de zinderende hellingen een cactustuin aangelegd. Ronde cactussen met een doorsnede van bijna een meter zijn bij elkaar gekropen als een groep zeeëgels met haakvormige stekels. Hier zijn cactussen van over de hele wereld samen gebracht. Een meer dan manshoge Aloë Vera uit Zuid Afrika staat op een steenworp afstand van woestijnflora uit China. Even verder strekt zich een zee van vetplanten uit, waarvan de leerachtige bloembladen een gitzwarte deining vormen. Onderaan de helling ligt de zeehaven. Kranen en transportcontainers staan stilletjes te roesten op de kade. Een blinkend wit cruise-schip ligt bewegingloos op de rede. Zelfs de plezierbootjes, die met hoge snelheid tussen de afgemeerde zeeschepen door slingeren, verstoren de zondagrust van de haven niet. |