| Dieperik - Naar de kelder >> Kelder >> Verhalen |
| Tekens aan de wand |
| Wie ooit eens illegaal met een
spuitbus op pad is geweest, moet in Leiden wel denken dat hij droomt.
Metershoge teksten die met instemming van de huiseigenaren op
klaarlichte dag zijn aangebracht. Gesubsidieerd door de gemeente,
vastgelegd in een handzaam boekje en op een haar na voorzien van een
officiële wandelroute. Het nalaten van getekende en geschreven boodschappen is zo oud als de mensheid. Al in de prehistorie trachtte de mens zijn omgeving te bezweren door het aanbrengen van beelden. Grotschilderingen van dieren en jagers waren onderdeel van een ritueel dat een succesvolle jacht moest afroepen. Een van de toegepaste technieken was verrassend modern; ook in de prehistorie werden sommige afbeeldingen gespoten. Gekleurde aarde werd uitvoerig gekauwd en als een spray tussen de lippen door geperst. Door de ondergrond met bijvoorbeeld een hand te bedekken bleef deze als een definitieve schaduw achter. Pas na een onderbreking van duizenden jaren zou het spuiten van afbeeldingen weer opleven. Twintig jaar geleden werden politieke leuzen en spitsvondige kreten met goedkope autolak op de muren in de stad aangebracht. Alleen in eigen kring konden deze uitingen rekenen op waardering. In het holst van de nacht trok punker, kraker of activist er op uit om zijn stelling uit de losse pols of met sjabloon neer te zetten. Met de mededeling die hij aan het steen toevertrouwde, probeerde ook hij z'n omgeving te beïnvloeden. Het ritueel was eenvoudig. De afbeelding moest heimelijk worden aangebracht, want graffiti stond gelijk aan vandalisme. Op de harde kern na werd deze tegendraadse clan op den duur milder. Geïnspireerd door de muurkranten uit China koos de activist of moraal-criticus voor het milieuvriendelijker medium, papier. Spuiter werd plakker. Nog altijd illegaal, dat wel, maar na een 'heterdaad' was de dader sneller klaar met zijn alternatieve straf. Het losweken van de pamfletten ging gemakkelijker dan het verwijderen van de hardnekkige autolak. Loesje's wieg stond in Arnhem. Stad na stad viel daarna voor de charme van deze wijze van oppositie voeren. Met de individualisering van de samenleving groeide de burgerlijke ongehoorzaamheid. Iedereen meende iets op de gevestigde orde te moeten aanmerken. Loesje werd de etalage van het persoonlijk gedachtengoed en weldra had zij daarmee een vaste plaats in het stadsbeeld veroverd. Loesje vloeide als een lastige, maar onschadelijke, olievlek over Nederland uit. In een mum van tijd was zij door de massa ingelijfd. Met het verschijnen van de eerste Loesje scheurkalender verloor zij haar zeggingskracht. Van scherp was zij ludiek geworden en daarna afgegleden naar doodgewoon. Een nieuwe generatie spuiters diende zich aan. Niet de boodschap was van belang, maar de vormgeving en locatie. Deze nieuwe lichting graffiti bracht de verdere individualisering van de samenleving in beeld. De leuzen en diepzinnige gedachten van weleer werden pieces. De tagger liet uitsluitend zijn visitekaartje op muren en glazen achter. De letters die zijn naam spelden werden uitgewerkt tot een reeks opgeblazen miniaturen, terwijl de locatie van de piece bepalend was voor zijn lef en kunde. De middenstand wist hier op een creatieve manier het hoofd aan te bieden. Een tagger spoot niet over het werk van een collega, dus liet de trendgevoelige winkelier tegen betaling zijn firma-naam als piece op het rolluik zetten. Ook de gemeente Leiden droeg haar steentje bij. Welwillende ambtenaren wezen verschillende locaties in de stad aan waar taggers hun gang konden gaan. Met deze regulering werd de uitdaging definitief de das omgedaan en de overlast stierf een stille dood. Vervolgens verschenen in Leiden de werken van stichting TEGEN-BEELD op de muren. Eerst voorzichtig, bij wijze van proef, maar gaandeweg sneller en meer. De stichting verkondigde geen eigen politieke stelling of kritiek op de heersende moraal, maar projecteerde het gedachtengoed van schrijvers en dichters; bespiegelingen over taal, over het gedicht of het dichterschap. Ook TEGEN-BEELD probeerde zo invloed uit te oefenen op haar omgeving. Volgens Marleen van der Veen in Dicht op de Muur wilde de stichting met de gedichten 'voorbijgangers aanzetten tot nadenken' en 'prikkelen om - heel even - stil te staan bij datgene wat de dichter probeert te vertellen.' Met haar muurgedichten verenigt de stichting de afzonderlijke kenmerken van de voorafgaande stromingen; de inhoudelijke boodschap van de activist en de creatieve vormgeving van de tagger. Alom wordt waardering voor dit project uitgesproken en met deze maatschappelijke acceptatie is de laatste muur geslecht voor de waardering van graffiti in het algemeen. |